Emmeluth’s Amoeba :: Polyp

https://www.orafonogram.no/emmeluths-amoeba/ Øra Fonogram

Geen gebrek aan aanstormend geweld uit het Hoge Noorden, maar zelfs dan kan je niet naast het talent van componiste/saxofoniste Signe Emmeluth kijken. De jonge Deense verzamelde een kwartet rond zich waarmee ze het niet zozeer moet hebben van baldadig geweld en evenmin van makkelijk imiteren, maar wel van een opvallend eigenzinnig geluid.

Ze is nog maar vijfentwintig, maar vanuit Oslo begint ze stilaan wel een mooi parcours op te bouwen, waarin ook een kwartet met zwaargewicht Mats Gustafsson en samenwerkingen met o.m. John Edwards, Paal Nilssen-Love en Mette Rasmussen zitten. Het kwartet Emmeluth’s Amoeba bestaat naast de leider ook nog uit de Deense pianist Christian Balvig en de Noren Karl Bjorå (gitaar) en Ole Mofjell (drums), die nog deel uitmaakten van Brute Force, een trio met een redelijk toepasselijke naam. Bij Emmeluth gaat het er wat minder onstuimig, maar niet minder avontuurlijk aan toe.

Meteen valt immers op dat hier niet gedaan wordt aan hokjesdenken, want freejazz, vrije improvisatie, hedendaagse kamermuziek en abstract pingpongen worden voortdurend in de blender gegooid, met een eclectisch geluid dat bij momenten best taai is, maar voortdurend de oren doet spitsen. Het is duidelijk dat Emmeluth & co. hard gewerkt hebben aan een persoonlijke sound die zich zowel laat meevoeren door instinct en dromerigheid, als door zorgvuldig geplande contrasten qua dynamiek en temperament. Dat de gemiddelde duur van de stukken niet eens vier minuten haalt, zorgt er mee voor dat het album nooit vervalt in monotonie.

Integendeel: je wordt meteen overvallen door het contrast tussen opener “Polyp”, een gecontroleerde beweging voor piano, gitaar en sax, waarbij de eerste twee qua klankkleur enorm dicht op elkaar zitten; en de ongedurigheid van “Magma”, die aanvankelijk deels onder het oppervlak zit, maar gaandeweg meer naar de voorgrond komt, door een bonkende piano en de schrille saxkreten die voor schuring zorgen. In “Ladybird” gaat het er even nerveus, maar iets speelser aan toe, met acrobatisch getrippel en een piano die doldwaas aan het buitelen slaat. Een aanstekelijke, haast kinderlijke energie is het resultaat.

De kamermuziekvleugel van hun sound wordt verder uitgewerkt in “Dans”, dat blijft rondwaren in een ingetogen, pastorale lyriek, terwijl “The Angler Fish” het eerder moet hebben van kaalheid en repetitieve ideeën, en afsluiter “Embryo” aanvankelijk van een ingetogen, minimalistisch geluid met lange saxgolven en resonerende pianoklanken, die halverwege wel verstoord worden door abrupte explosies die het naar grilliger terrein sturen. Ook het middenluik van het album zoekt het vooral bij minder conventionele geluiden en speeltechnieken, met een reeks van korte exploraties vol wrijf-, plop- en ratelklanken, manipulerende effecten en rauwe texturen. Hier wordt Emmeluth’s poging om beelden om te zetten in geluid het meest tastbaar gemaakt.

Rest nog het levendige sax/drums-duet “Kolibri”, dat het meest naar ‘klassieke’ freejazz neigt, uitgevoerd wordt met een coherente energie en vooral een showcase is voor het gedreven en gevarieerde spel van Emmeluth, die beweegt met nukkige prikken, vlugge riedels en schel geschreeuw. Het laat vooral ook horen dat de muzikante er in geslaagd is om zich een intussen traditionele taal eigen te maken, maar die ook naar haar hand te zetten. De afwisseling die in de tien tracks op Polyp verzameld zit, is dan ook meer dan voldoende om te kunnen spreken van een overtuigend visitekaartje. Een debuut dat nu al doet uitkijken naar wat nog moet komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in